Lezing Freek Bruinsma

Rule of law als Rule of some men
Ten eerste is de rule of law niet een abstractie, maar de rule of some men. Actoren die zich in figuurlijke concentrische cirkels rondom de Hoge Raad bevinden, bepalen het gezag van zijn uitspraken, zoals annotatoren en cassatieadvocaten. Bovendien kan volgens Bruinsma niet gezegd worden dat de Hoge Raad het recht ’vindt’, op min of meer waardenneutrale wijze, maar is zijn rechtspraak in feite voortgezette politiek. Dat is op zichzelf niet erg, maar wordt onvoldoende onderkend.

Repeat players v. one shotters
Ten tweede hebben juristen, aldus Bruinsma, te weinig oog voor de beleving van
procespartijen, met name als het zogenaamde ’one shotters’ betreft: particulieren die niet gewend zijn aan het voeren van procedures. Het onderscheiden van hoofd- en bijzaken in de juridische werkelijkheid is voor hen lastig en soms onbegrijpelijk. Ook de procedure zelf is voor een particulier erg ondoorzichtig. Als de Hoge Raad de hoogste instantie is, waarom wordt mijn zaak dan toch door hen verwezen naar een Gerechtshof? Ook de werkelijkheid
achter een uitspraak stemt vaak ontevreden. Zo is in de zaak ’Baby Kelly’ volgens Bruinsma nog steeds geen schadevergoeding uitgekeerd.

Discussie
Met zijn stellingen maakte Bruinsma de tongen van de aanwezigen los. Hans Nieuwenhuis vroeg zich af of Bruinsma zich ook bezig had gehouden met de andere kant van het verhaal. Hadden de ouders van Kelly misschien niet een veel te hoge en onrealistische vergoeding geëist van het ziekenhuis? Zou dat niet de reden zijn dat zij nog niet uitgekeerd hebben gekregen? Henk Snijders verzette zich tegen het standpunt van Bruinsma dat de Hoge Raad niet aan rechtsvinding zou doen, maar in feite politiek zou bedrijven. Alex Geert Castermans maakte er bezwaar tegen dat ’de’ jurist er door Bruinsma van langs kreeg, terwijl veel onduidelijkheden en valse verwachtingen toch in eerste instantie ontstaan
door het optreden van de advocaat van die particulier. Ligt daar niet primair de
verantwoordelijkheid voor een goede en realistische voorlichting? Wouter den Hollander zette vraagtekens bij het empirische gehalte van het onderzoek van Bruinsma. Kunnen we wel algemene conclusies trekken op basis van slechts enkele arresten?