Suum Cuique

Mastervereniging voor Civiel recht, genootschap voor Rechtsvinding

Terugblik


Lezing 31 januari 2012 – Straffen in het civiel recht

Het begrip ‘punitive damages’ zullen de meeste mensen vooral kennen van de bekende ‘indianenverhalen’ uit de Verenigde Staten. Professor Lindenbergh opende de lezing dan ook met een goed voorbeeld van deze praktijk, waarbij het gezegde ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, niet lijkt op te gaan. Een medewerker van een bekend advocatenkantoor vond het amusant om M&M’s te werpen in het decolleté van een vrouwelijke collega. Het slachtoffer vond dit echter minder leuk en klaagde vervolgens het kantoor, verantwoordelijk voor haar medewerkers, aan voor 6,9 miljoen dollar. Uiteindelijk ontving zij voor dit schunnige, maar onschuldige grapje alsnog een bedrag van 3,5 miljoen dollar.

Dergelijke extreem hoge bedragen aan schadevergoeding komen in Nederland niet voor, waardoor men zich al snel gaat afvragen ‘hoe kan schadevergoeding zo hoog uitvallen?’.

In de Verenigde Staten is er sprake van een fundamenteel andere samenleving in vergelijking tot Nederland, wat tevens meebrengt dat men een andere kijk heeft op de manier van rechtshandhaving. Over het algemeen staat men daar wantrouwiger tegenover de overheid en heeft de burger het gevoel meer zelf te moeten opkomen voor rechten en belangen. De ratio achter de hoge bedragen aan schadevergoeding die door juryrechtspraak worden vastgesteld, is, dat men het slachtoffer voldoening wil geven en tegelijkertijd de dader hiermee wil straffen. In Nederland is rechtshandhaving echter voornamelijk een overheidstaak die middels het strafrecht en het bestuursrecht wordt gerealiseerd. Het privaatrecht verevent alleen financiële oneffenheden in private verhoudingen. Restitutie is bij het toekennen van schadevergoeding dan ook het kernbegrip: de geleden schade wordt vergoedt, niet meer en niet minder.

Maar wat zijn ‘punitive damages’ eigenlijk en hoe kan je deze klaarblijkelijk bestraffende schadevergoeding het beste definiëren? Dit kan als volgt: een verplichting tot betaling van een geldsom die de omvang van de schade overstijgt om door afschrikking preventie te bewerken. ‘Punitive damages’, ook wel “smartmoney” genoemd, is een Amerikaanse term waarmee gedoeld wordt op het feit dat schadeveroorzakers moet worden bijgebracht dat wat zij gedaan hebben niet toegestaan is. In Nederland kennen we deze rechtsfiguur niet. Maar hoewel in ons rechtssysteem het straffen toebehoort aan het straf- en bestuursrecht, wordt tegenwoordig buiten deze gebieden ook duchtig getuchtigd. Zo kennen wij dan wel geen ‘punitive damages’, maar er zijn in het privaatrecht toch wel degelijk punitieve elementen terug te vinden in o.a. het aansprakelijkheidsrecht, waardoor het op een bepaalde manier eveneens bijdraagt aan handhaving.

In plaats van deze situatie vanuit het perspectief van een jurist te bekijken, stelde professor Lindenbergh voor het ook eens te bezien vanuit het perspectief van een cliënt of slachtoffer. Zo is het onderscheid tussen strafrecht en privaatrecht voor dezen moeilijker te maken en vinden zij het in mindere mate interessant om te weten via welke weg zij genoegdoening kunnen verkrijgen. In de motieven van een slachtoffer komt een helder onderscheid tussen compensatie, erkenning of genoegdoening evenmin altijd tot uitdrukking. Zelfs wraakbehoefte kan de aanleiding zijn voor een civielrechtelijke actie. Als jurist kun je van een dergelijke situatie gruwen (daar het juridische gezien enkel om restitutie dient te gaan), maar voor de cliënt kan dit wel degelijk een motief zijn. Het bestaan van het ‘Punitive damages’ leerstuk als instrument zou hierdoor kunnen leiden tot fout gedrag bij het slachtoffer met wraakgevoelens. Economische motieven kunnen dan namelijk zodanig mee gaan spelen dat het slachtoffer, naast de dader een duw in de rug te geven, winst wil gaan behalen op de geleden schade. Vanuit een positiever oogpunt bekeken kan het mechanisme van ‘punitive damages’ ook als breekijzer dienen. Als het belang van een zaak groter wordt door een hoog bedrag aan ‘punitive damages’ bestaat de kans dat partijen zwichten en uiteindelijk besluiten de zaak te schikken.

Nederland wil geen ‘Amerikaanse toestanden’, maar het komt toch dichterbij. Hoewel de afstand tussen onze procedeercultuur en die van Amerika nog net zo groot is als de oceaan die ons in geografische zin gescheiden houdt, kan wel worden geconstateerd dat Nederland dichter naar Amerika toe schuift. In het verleden was het hier ondenkbaar te procederen tegen een priester of een dokter, maar ten heden dage lijkt dat allerminst een probleem te zijn.

Als afsluiting van deze interessante lezing, wordt Professor Lindenbergh de vraag gesteld of er ook in Nederland behoefte is aan ‘punitive damages’. Deze behoefte signaleert hij zelf niet zo sterk. Wij hebben in ons civiele recht al punitieve elementen en je zou je af kunnen vragen of op een dergelijke manier nu daadwerkelijk Recht kan worden gedaan. Ook zijn wij in tegenstelling tot de Amerikanen niet zo’n procesvolkje en is het dan ook de vraag of het wel bij ons systeem zou passen. Een procedeercultuur naar Amerikaanse proporties blijft ons gelukkig dus nog even bespaard.